Geschiedenis van Zepperen volgens Ulens

Notitie over de gemeente Zepperen of Sepperen en over haar monumentale kerk volgens advocaat Ulens

Vertaling van een artikel uit 1863

Zepperen, of Sepperen (Septemburia). Deze naam heeft verschillende betekenissen. Het betekent of zeven bronnen, of zeven gehuchten. Deze gemeente had, volgens de eerste versie zeven waterbronnen, volgens de tweede versie was ze samengesteld uit zeven gehuchten. Volgens de traditie had elk gehucht zijn versterkt kasteel.
De bisschop van Tongeren, wiens zetel later naar Maastricht werd verplaatst, had er verblijf in één van deze kastelen. Trudo, de stichter van de stad Sint-Truiden en van haar beroemde abdij, vrije en keizerlijke abdij, ging er vaak naar toe om de heilige Remaclus, bisschop van Tongeren, te raadplegen.
Zepperen was een dorp dat deel uitmaakte van de banken van Sint-Servaas. De oorsprong is zeer oud, ze klimt op tot in tijden toen verscheidene steden nog niet bestonden. Zepperen had een stadscharter, het is één van de oudste gemeenten van Limburg.
Ridder Guillaume de Corswarem, oud Belgisch parlementslid, drukt zich in zijn boeiend werk Mèmoire historique sur les anciennes limites et circonscriptions de la province de Limbourg, p. 279, als volgt uit : Zepperen, een van onze oudste steden, volgens Mantelius (Bilisia, Lococastrum, Sepperen of Septemburia, Stochemium, zijn versterkingen veel ouder dan Hasselt, Historia lossensis, p. 219; Sepperen was in die tijd een versterking, en hetzelfde, p. 216), was een heerlijkheid die de graven van Loon in leen hadden van de hertogen van Lotharingen. (De stad Sepp, met zijn afhankelijkheden, zoals hij ze houdt van ons, keure van hertog Jan, Butkens, p. 113), die ze schonken aan het kapittel van Sint-Servaas in Maastricht.
Door deze schenking werd de gemeente één der elf banken van Sint-Servaas (de Neny, deel 2, p. 44), die boven het kapittel slechts de hoge bescherming genoten van het Duitse keizerrijk (Cudell, p. 20, en Jaarboek van de provincie Limburg voor 1828, p. 142), omdat keizer Hendrik IV, door zijn charter van 1087 het kapittel vrijmaakte en verklaarde dat het in de toekomst vrij zou zijn, keizerlijk en voor altijd gescheiden van elke andere kerk (Jaarboek p. 143, zie eerste deel, p. 88 hierboven).
De bisschop van Luik, in zijn hoedanigheid van graaf van Loon, was de beschermer van de heerlijkheid Zepperen (Jaarboek van de provincie Limburg, 1828, p. 145, en Cudell, p. 21), waarvan het Sint-Servaaskapittel de tiendheffer was (brief van de gemeentelijke administratie, van 22 september 1853), en dat werd bestuurd in zijn naam door één van zijn kanunniken, door hem verkozen tot rijproost, (jaarboek 1828, p. 150).
Het klooster van de Begaarden van Zepperen ging door als hoofdklooster van deze orde in de hele kerkprovincie (Borghs, p. 105).
Het klooster van Zepperen, dat zijn naam gaf aan een boetecongregatie derde-ordelingen van Sint-Franciscus, werd gesticht door Jan Gove. De prinsbisschop, Jan van Heinsberg, bevestigde in 1425 deze stichting. De geestelijken namen in 1435 bezit van de gebouwen. Het werd in 1447 het hoofdhuis van de derde-ordelingen van Sint-Franciscus. De geestelijken werden Begaarden of Bogaarden genoemd.
Paus Gregorius verenigde in 1621 deze congregatie met deze van Lombardije, en ze werd hiervan een provincie.
Men vindt nergens wanneer en hoe Zepperen de titel van stad bekomen en daarna verloren heeft. Voor de vereniging van België met Frankrijk, was Zepperen een vrijheerlijkheid, die een rechtbank had, samengesteld uit een schout en schepenen. De laatste schout was de heer J.W. Van Hamont, en de laatste schepen-secretaris de heer C. Coemans (Uittreksel uit een boek getiteld : HH. Schepenen Rolboek der Justitie Sepperen genachten den 11 november 1791). Het gaat om een actie waarbij de heer notaris J.N. van Heyst, oud-burgemeester van de stad Sint-Truiden, aangeklaagd wordt omdat hij een cijnshof, hof van Spirlet genoemd, niet gereleveerd had (archieven van de advocaat Ulens, klein-neef van Marie Christine Mechtilde Ulens, echtgenote van J.N. van Heyst).
De kerk van Zepperen, één van de interessantste monumenten van Limburg, stamt uit de periode van de tertiaire stijl van het begin van de 15de eeuw. De Sint-Genovevakerk van Zepperen, gebouwd op de plaats van een oude kerk, waarvan er enkel de toren rest, is uit de eerste fase van de tertiaire spitsbogenstijl. Ze is gebouwd volgens het Latijns kruis, en toont op het snijpunt een houten torentje, bekroond met een spits. De grote beuk is gescheiden van de zijbeuken door ronde zuilen met basis, maar zonder kapitelen. Boven en in de as van elke zuil toont zich een aansluitend zuiltje met kapiteel, versierd met een wapenschild. Dit zuiltje rust op een fijn gebeeldhouwde kraagsteen en ontvangt de aanloop van de gewelfbogen. De beuk is verlicht aan elke kant door drie roosvensters. De aanzet van de gewelven van de zijbeuken rust boven de zuilen tussen de tussenruimtes van de spitsbogen, die hen overstijgen en op de zijmuren op versierde en perfect uitgewerkte kraagstenen. Deze beuken worden verlicht door zes vensters.
Het koor met veelhoekige afsluiting krijgt licht door zeven hoge vensters. Een bundel van zuiltjes verheft zich omhoog tot aan het gewelf, waar ze zich verspreiden en vertakken aan de sleutel. Een stenen bank loopt over de ganse muren van dit koor en de twee kruisbeuken, en dient als basis voor een reeks blindbogen, die eindigen onder de vensterstenen.
De noorderkruisbeuk is verlicht door een groot venster, terwijl deze aan de ooskant verlicht wordt door een tweelingvenster. De pijlers op de kruising zijn gevormd door hoekzuilen met basis en kapitelen.
Het interieur van dit gebouw is versierd met breed geopende steunberen et zonder andere siermotieven.
De klokkentoren in romaanse stijl draagt een spits van latere datum. Boven de eenvormige basis en op elke kant tonen zich twee blinde open vakken, die de hele hoogte van de verdieping innemen, en waarin eenvoudige schietgaten zijn uitgewerkt. Het deel hierboven toont dezelfde bogen, behalve de hoogte die verminderd is, omdat de verdieping minder hoog is. Het bovendeel is beëindigd met een kroonlijst met prismatisch profiel en elke kant van deze klokkentoren is doorbroken door twee fronten van tweelingvensters, en gescheiden door een zuiltje. De kanten van deze vensters zijn versierd met vier zuiltjes. De ene dragen de rondbogen en de andere ontvangen met het middenzuiltje de aanzet van de twee andere kleine rondbogen.
De pastorie is een moderne bouw die niets merkwaardigs heeft, en is opgetrokken in de vorige eeuw door het Sint-Servaaskapittel als tiendheffer. Volgens de kerktabel van de stad of het bisdom Luik, voor het jaar 1794, maakte Zepperen deel uit van het concilie van Sint-Truiden, aartsdiaconaat Haspengouw. De pastoor in die tijd heette Belleflamme.
De restauratiewerken, waarvoor de regering en de provincie Limburg subsidies toekennen, worden geleid door de heer architect Gérard, lid van de koninklijke commissie voor monumenten, leraar aan de tekenschool van Hasselt (Belgisch Limburg), aan wie men de mooie restauraties te danken heeft van de kerk van Zoutleeuw (Brabant), de Onze-Lieve-Vrouwekerk van Sint-Truiden en van meerdere andere.
In de kerk van Zepperen waren meerdere stichtingen en beneficiën, waarvan enkele begevingen behoorden aan leken. Dit volgt uit een register getiteld : Dit is den Register der goederen soo landen, bempden, boschen, chynsen, renten, etc., toebehoorende den seer Edelen Heer Baron Josephus Antonius Franciscus de Herckenrode, ridder, Heere van La Motte, Waenz(r )ode, etc.. De begever van dit beneficie was de grootvader van de heer baron Léon de Herckenrode, schrijver van meerdere werken over genealogie, geschiedenis en andere.

BENEFICIEN.
Voor eerst volgen hier de beneficien, waervan ik, als hoofd myner familie, patroon en collateur ben, etc.
Het beneficie van St-Catharina, gefondeert in die Parochiale kercke van Sepperen, by St-Truyden, diocese van Luyck, in het jaer 1411, den 23 April, door den seer Edelen Heer Daniel Heere van Grauwendriessche, etc. Deze beneficie bestaet in dry wekelycke missen te celebreren aen den voorscreve autaer.
De bezitter of rector van het beneficie, welke is eenen vollen titel, is de Eerw. Heer Henricus Bertrand, gestorven anno 1778, naer wiens dood hetselve is vergeven aen den eerweerdigen Heer Guilelmus Bertrand, canonick van Ons Lieve Vrouw tot St-Truiden, en broeder van den overleden.
(De vader van de genoemde heren Henri en Guillaume, Henri Bertrand, was burgemeester van Sint-Truiden in 1742, overgrootvader van de heer Joseph Bertrand, pastoor te Herstal).
J.H.P. ULENS, advocaat

De notitie van de heer Ulens inspireerde ons om een oude archief- of deelarchiefinventaris te raadplegen van de archieven van het Sint-Servaaskapittel, waarvan Zepperen afhing. Wij hebben er de aanduiding aangetroffen van een groot aantal stukken over Zepperen. Wij laten de oudste titels volgen en stoppen in 1476. De inventaris gaat tot 1720, waaruit volgt dat er nog een groot aantal documenten over deze bank van Sint-Servaas worden vermeld.
Bladerend in deze vrij slecht geschreven schrijfboek dat enkel lijkt gediend te hebben voor het eigen gebruik door de archivaris, hebben wij meerdere vermeldingen opgemerkt van charters en keuren die belang lijken te hebben voor de geschiedenis van kunst, nijverheid en annalen van Maastricht. We voegen hier bij, na de stukken over Zepperen, de titels van de documenten waarvan we de inhoud zouden willen kunnen geven.
SEPPEREN.
1240 : In crastino. B. Jois, Baptiste De Stauchlanden, in Sepperen
1288 : Certe arrendationes in Sepperen
1288 : Super violata juridictione contra episcopum leodiensem in Bern, Coninxheim, Slusen en Sepperen
1377 : De advocatia de Sepperen et quod comes lossensis habeat 1/3 in amendis
1360 : 8 junii, littera forestarien : ville de Sepperen
1360 : 15 junii, de una marca in Sepperen
1375 : 22 octobris, litterae ducis Wenceslai concernentes Sepperen
1394 : 6 idus Januarii de amovilitate officiatorum
1394 : 17 mai de petia prati in Sepperen
1411 : 20 martii, Sepperen, Grootloon, Coninxheim et Sluysen, declaratio episcopi Leodiensis.
1417 : 6 septembris, monito archidiaconi contra Sepperen ut vehant pro ecclesia (datum van de bouw van de kerk)
1418 : 6 meii, de Bogardis Sepperens
1419 : 15 maii, de 7 virgis magnis sub Sepperen sub Steltenvelt
1420 : drie stukken
1421 en 1423 : drie stukken
1424, 1425, 1440, 1453, 1456, 1457, 1458, 1459, 1467, 1468, 1470, 1476, enz., enz.

Al. S.

Bron :
J.H.P. ULENS, Notice sur la commune de Zepperen ou Sepperen et sur son église monumentale, in : Publications de la Société d’Archéologie dans le duché de Limbourg, Maastricht, jg. 1, 1863, p. 97-103.

1. Wie was J.H.P. Ulens ?
Advocaat Jean-Henri-Paul Ulens (°Sint-Truiden 30.3.1816, +ST. 21.10.1894) was een uitgesproken katholiek figuur in Sint-Truiden. Zijn grootvader, advocaat Jean-Henri Ulens, was de laatste burgemeester van Sint-Truiden voor de Franse Tijd. J. H. P. werd gemeenteraadslid in 1846, later schepen in 1867-1876 en burgemeester van 1876 tot 1891. Hij was voorzitter van het Bureel van Weldadigheid, lid van de kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw, voorzitter van de provinciale commissie beurzenstichtingen, ondervoorzitter van de landbouwcomice te Sint-Truiden en kapitein van de burgerwacht. Hij huwde in 1850 met zijn nicht Marie Ulens en bouwde in 1881 het kasteeltje van Rochendaal te Bevingen. Zijn naam prijkte, samen met die van burgemeester Coart van Zepperen, op een sluitsteen in de intussen vervangen bakstenen brug over de Melsterbeek van 1876. Hij werd in 1871 in de adel verheven tot jonkheer en kreeg later de eretitel van pauselijk graaf.
Hij was ten tijde van dit artikel provincieraadslid (1852-1886) en voorzitter van het literaire genootschap “De Vlaamsche Broeders van Limburg”.
Hij liet eerder slechts één artikel publiceren : J.-P. ULENS, Notice sur la cour féodale de l’abbé de St.Trond et sur l’église et le chapitre de Notre-Dame à Saint-Trond, in : Bulletin de la Société scientifique et littéraire du Limbourg, jg. 5, 1861, p. 265-272. Dit Bulletin werd uitgegeven in Tongeren tussen 1852-1932. Het artikel van Ulens werd ook als overdruk verspreid.
wapenschild familie Ulens
– René JORISSEN, Bibliografisch repertorium van de Limburgse auteurs. Pro manuscriptis, dl. 11, p. 118 : Ulens Jean-Henri-Paul.
– Willem DRIESEN, Jean-Henri-Paul Ulens-Ulens (Sint-Truiden 1816-1894), pauselijke graaf en Sint-Truidens burgemeester, in : Sint-Truiden ingekaderd 1830-1914. Tentoonstellingen Sint-Trudofeesten 1998, Sint-Truiden, 1998, p. 127-128.

2. Vertalingen van Latijnse citaten
(in voorbereiding)

3. Commentaar en woordverklaringen

– De Publications de la Société d’archéologie dans le duché de Limbourg, uitgegeven in Maastricht vanaf 1863, veranderden na enkele jaren van titel in : Publications de la Société historique et archéologiqie dans le Limbourg.
– Guillaume-Joseph DE CORSWAREM, Mémoire historique sur les anciennes limites et circonscriptions de la Province de Limbourg, overdruk uit : Bulletin de la Commission centrale de Statistique, jg. 7, Brussel : Hayez, 1857.
– Joannes MANTELIUS, Historiae Lossensis libri decem, Luik : F.A. Barchon, 1717. Mantelius was een Hasselts augustijn.
– Christophre François BUTKENS, Trophées tant sacrés que profanes du duché de Brabant, Antwerpen, 1641. Heruitgegeven in Den Haag : Van Lom, 1724.
– graaf Patrice François DE NENY, Memoires historiques et politiques des Pays Bas autrichiens, Brussel, 1784.
– Martin CUDELL, De la question territoriale entre la Hollande et la Belgique, Luik : Jeunehomme, 1838.
Annuaire de la Province de Limbourg, Maastricht, 1824-1827, 1829.
– BORGHS (+1780), schepen en voorzitter van het Loonse beroepshof te Vliermaal. Schreef manuscript over territoriale bevoegdheden, zie DE CORSWAREM, p. (5).
– Rolregisters : de gewone criminele registers van de Schepenbank, naast de gichtregisters. De Zepperse rolregisters tussen 1510 en 1794 worden bewaard op het Rijksarchief te Hasselt.
– Isidore Gérard (Lobbes 1819 – Hasselt 1881). Leerling van architect Roelandt van Gent, later architect in Sint-Truiden en vanaf 1862 stadsarchitect van Hasselt.
– Al. S., Alexandre Schaepkens (+ Maastricht 1899), voorzitter van de Société Archéologique de Maestricht en kunstschilder-graveur van landschappen.
Zie ook : E. M. Th. W. NUYENS, Inventaris der archieven van het Kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, Maastricht : Rijksarchief, 1984.

 

Vertaling van J.H.P. Ulens, Notice sur la commune de Zepperen (1863)

Remacluskring Zepperen
versie 12 april 2014

Geschiedenis van Zepperen volgens Daris

Boeken en artikels over Zepperen

%d bloggers liken dit:
search previous next tag category expand menu location phone mail time cart zoom edit close